Flashback: Deel de dinsdag [2005]
Ze zijn in mijn geest bijna legendarisch geworden, dinsdagen. Het is de meest neutrale, nietszeggende dag van de week. Niet dat ik de dinsdag daardoor minder sympathiek vind, verre van, zelfs. Het is een bijna veilig gevoel dat deze dag met zich meebrengt. Er kan niet veel kwaads gebeuren op een dinsdag…
Flashbacks naar september 2001 verstoren dit beeld al snel, om nog maar te zwijgen van de talloze persoonlijke drama’s die zich zonder twijfel over de hele wereld op dinsdagen voltrekken. En wat te denken van het feit dat een dinsdag plaats- en tijd-gebonden is? Een dinsdag reist net als elke dag, als dag over de planeet. Net als de dag zelf.
Het is vreemd en kunstmatig, zo beschouwd, om de vlekken zonlicht die periodiek onze planeet verlichten hardhandig van elkaar te scheiden en te benoemen. Het voelt daardoor alsof het majestueuze van de langzame, continue bewegingen van hemellichamen ontworteld wordt, menselijk wordt gemaakt. Zich gedwongen is te houden aan de ambtelijke archiveringszucht van de rechtoplopende naakte apenkinderen.
Het is dus dinsdag vandaag. En ik leef. Ik ga niet veel tijd besteden aan deze kwestie. Gezien het feit dat ik me op het moment behoorlijk ellendig voel en een groot deel van de afgelopen nacht nagedacht heb over de praktische aspecten van actieve levensbeëindiging, kan ik met grote waarschijnlijkheid beweren dat ik leef, of dat ik iets beleef, dat zo goed als niet te onderscheiden valt van leven.
Om nog maar te zwijgen van de evidente "levenservaring" die de functionaliteit en gebreken van een lichaam met zich meebrengen. Er is geen reden om aan te nemen dat dit iets anders zou zijn dan leven, ook gezien de enorme rijkheid aan details en imperfecties. Ik kan me voorstellen dat als deze ervaring gemaakt, bedacht zou zijn, ze simpeler, beter en minder willekeurig zou zijn. Maar voordat ik mij op de glibberige grashellingen der theologen begeef, keer ik liever terug naar deze dag.
Het is dinsdag, ik leef en ik heb pijn. Ik mag stellen dat ik ongelukkig ben. Maar nee, zo eenvoudig ligt het niet. Mijn gevoelens zijn niet eenduidig. Ik heb ook andere emoties. Ze zijn soms in conflict met elkaar, soms vullen ze elkaar aan, vaak vormen ze een vreemde mix, die leidt tot meta-emoties, als ik zo vrij mag zijn deze term te introduceren. Ook kunnen er weer mixen ontstaan van bovengenoemde eenheden.
Ik vind de emotionele faculteit in de mens maar obscuur en verwarrend. Het zal haar nut hebben en ik kan een en ander vast beredeneren, maar de lust daartoe ontbreekt me op het moment. Ten overvloede wellicht, maar de pijn die ik benoemde aan het begin van deze alinea refereert niet naar fysieke pijn. Hoewel het mijn ervaring is dat de andersoortige pijn -die ik met opzet niet benoem- zeer zeker wel fysieke pijn kan veroorzaken. Voor mij een waarlijk mysterie van het menszijn.
Ik wil niet ingaan op de redenen voor mijn pijn deze dinsdag. Ik wil me concentreren op de woorden, op het schrijven, niet op mijn emoties. Het gaat nu om een bevrediging van andere behoeften. Over de redenen van mijn pijn heb ik al veel gesproken en geschreven, derhalve wil ik mijn aandacht nu eens richten op het verwoorden van mijn gedachten alleen. Niet dat ik reeds een helder beeld of doel voor ogen heb.
Voor nu probeer ik mijn gedachten de vrije loop te laten en mijn vingers te laten bewegen. Voor nu probeer ik niet in doodlopende steegjes terecht te komen. Grappig te bemerken hoe ik deze laatste zin met tegenzin laat verschijnen. Een metafoor. Al eerder gebruikt, maar iedere keer met de grootst mogelijke omzichtigheid.
Het is op dit moment belangrijk voor me dat de woorden die ik hier produceer in hun samenhang duidelijk en helder zijn, beredeneerd en niet verduisterd door de zachtwarme schaduw der poëzie. Wellicht dat ik me er alsnog later aan over zal geven, maar op het moment prefereer ik de koelte van rede.
Mijn dinsdag raast aan me voorbij. De ochtend diende zich aan om half acht, wat voor mijn doen een behoorlijk vroeg reveille is. Te bedenken dat het nu reeds een uur in de middag is, maakt me een beetje weemoedig. Dat betekent dat de dinsdag al halverwege is. Dat ik me reeds in de tweede helft bevind. Als de winter zich zou aandienen, zou dat een reden tot melancholie zijn geweest.
Maar nu, met de zomer op komst doet het me minder. Nooit gedacht dat ik me zou vervelen, al schrijvende. Het gebeurt. Acuut. Ik kan er niets aan doen. Ik ben moe en wil slapen, maar ik stel het steeds uit. Voel me schuldig, wil deelhebben aan het leven. Maar dat is niet waar, want eigenlijk wil ik deelhebben aan het leven van iemand anders. Dat is de reden dat ik mezelf wakker houd, zodat ik het gevoel heb haar leven te delen, in zekere zin; zelfbedrog.
Het is altijd al raar geweest tussen de dinsdag en mij. We mogen elkaar wel, want we zijn allebei nogal vreemde eenden in de bijt. Maar toch… Er blijft een zekere vijandigheid tussen ons, een kilte die zonder een warm thuis tot onderkoeling kan leiden. Het gaat nog lang niet goed met mij.
Het is beter dat ik uitrust, ik heb veel energie verbruikt. Het is beter dat ik matig doch gezond eet. Het is beter als ik kalm blijf en mijn emoties niet de overhand laat krijgen. Ik zou willen dat ik mezelf niet meer nodig had als onderwerp voor al datgene dat via mijn vingers mijn hersenen verlaat. Ik heb zojuist besloten haar dit te laten lezen. Als het aankomt. Moderne technologie wil soms niet meewerken.
Dinsdag. Geen sfeerimpressies, geen al te uitgesproken emoties, aanduidingen prima, maar geen bloemlezingen. Geen concretiseringen, geen cryptische verwijzingen. Alleen ik en mijn drang woorden in samenhang op "papier" te krijgen. Alleen omdat ik wilde schrijven op deze dinsdag, alleen omdat ik wil weten of ik het nog kan, of ik het voor elkaar krijg te schrijven alsof het iets betekent, alsof het woorden zijn die in staat zijn iemand te bereiken.
Weinig inhoud in dit stuk, weinig vlees aan de botten. Zou ik terug te vinden zijn in de zinnen, in de woorden? In de compositie? Is dit uniek? Is een dinsdag uniek? Of zijn mijn woorden en ik iets vluchtigs, *ta panta rei*, een proces, zoals de dinsdagdingen?
Ze zijn niet tastbaar, liggen niet vast, dinsdagen kun je niet teruglezen, een dinsdag bestaat helemaal niet. Maar omdat je misschien vanuit iemands perspectief -het mijne in dit geval- kunt lezen over het ervaren van een dinsdag, is dat misschien niet helemaal waar en zijn woorden en dinsdagen wel verwant. Hebben ze elkaar misschien zelfs nodig om te bestaan.
Ik denk nu ook dat ik de titel heb gevonden voor dit stuk: "Deel de dinsdag". Beetje flauw zo’n alliteratie, maar het past ergens wel bij dit stuk. Ik deel mijn dinsdag, mijn perspectief op deze kunstmatige demarcatie. Daarnaast hoef ik me niet te verantwoorden, niet hier althans, in deze kunstmatige demarcatie. Binnen deze landsgrenzen. Binnen deze moraliteit, dit gedachtegoed, deze tijdgeest, cultuur, jurisdictie.
Wij mensen hebben niet alleen daadwerkelijk onze "eigen" habitat gecreëerd, maar ook een habitat voor de geest. Er zijn zoveel non-demarcabele zaken die we arbitrair -of minder arbitrair, toegegeven- gescheiden hebben, afgegrensd hebben, dat de analogie van een menselijke habitat, het beeld van een stad zich opdringt. Bij dat beeld komen veel vragen naar boven. Over oorzaken, gevolgen, alternatieven. Ik voel er niet veel voor om hier nu in te duiken. Een andere dinsdag wellicht.
Dit zijn afsluitende woorden.
Published 22-03-2005